In de jaren 40 namen de nazistische bezettingstroepen het tunnelcomplex van de Cannerberg in bezit. Deze tunnels werden toen gebruikt om er een assemblagefabriek voor raketten van het type V1 in te richten. Tijdens het Ardennenoffensief werden de Duitse troepen van het terrein verdreven en de militairen geëvacueerd, waardoor het commando van de Amerikaanse strijdkrachten er de controle over kon overnemen.
Na de Tweede Wereldoorlog, en vooral met de komst van de Koude Oorlog, richtten de Amerikaanse strijdkrachten in 1949 een controlepost in op het terrein. Het commando beoordeelde de bestaande installaties gunstig en merkte onder meer op dat de toegangswegen al in beton waren aangelegd en dat er elektriciteit aanwezig was. Door de afgelegen ligging werd het terrein ideaal bevonden en werd de groeve tot bunker omgebouwd. De inrichtingswerken begonnen in 1956 en het terrein werd als topgeheim aangemerkt.
Deze verbouwing bracht een ingrijpende gedaanteverandering van het hele gangenstelsel met zich mee. Er ontstond een echte ondergrondse stad, waarbij sommige gangen werden gebetonneerd, vooral bij de hoofdingang. De toegang werd streng gecontroleerd en er werden diverse militaire voorzieningen gebouwd: commandopost, machinekamer, telefoonruimte, reservoirs, keuken, ziekenboeg, toiletten en douches, bar, enz.
Tijdens deze inrichtingsfase werd bewegwijzering aangebracht en werden de hoofdgangen omgevormd tot straten, met namen als Alphastreet, Bravostreet, Golfstreet, Foxtrotstreet, enz.
Tegenwoordig is de ondergrondse basis te bezoeken via het museum.
Deze rondleiding maakt deel uit van de catalogus van virtuele rondleidingen door het ondergrondse erfgoed.
